Verslag seminar “Eén jaar Bestuurlijk Akkoord Netcongestie en OV”
Het seminar markeerde een jaar Bestuurlijk Akkoord Netcongestie & OV: een moment om terug te blikken, maar vooral om vooruit te kijken naar de kansen die samenwerking tussen energie- en mobiliteitssector biedt. Zoals een van de sprekers het kernachtig verwoordde: “De opgave rondom netcongestie in het OV is groot, maar de kansen ook.”
De systeemopgave: complex, urgent en vol potentieel
Erik Verhoef (VU Amsterdam & Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur) schetste de complexiteit van het speelveld: een veelheid aan actoren, uiteenlopende belangen en beleidsvelden die elkaar raken. Hij benoemde het klassieke probleem van “split incentives”, vergelijkbaar met een prisoners’ dilemma: “De vrije markt gaat het niet oplossen.” Zijn aanbeveling: verschuif van individuele KPI’s naar maatschappelijke welvaart, maak kosten en baten expliciet en ontwikkel modellen die “incentive compatible” zijn. Presentatie
Dirk-Jan de Bruijn (Rijks Innovatie Community) bracht urgentie in de zaal. Met zijn oproep “Kijk niet omhoog, maar om je heen!” benadrukte hij dat systeeminnovaties alleen slagen via horizontale samenwerking. Hij schetste de noodzaak om systeemgrenzen op te rekken, te werken vanuit een gedeelde stip op de horizon en te durven kiezen voor “risk appetite” in plaats van 0‑risico’s. Zijn boodschap: innovatie vraagt om andere sturing, andere competenties en een ander proces. Presentatie
Annemiek Hautvast (Landelijk Actieprogramma Netcongestie) gaf een overzicht van de landelijke aanpak: sneller bouwen, beter benutten van groot- en kleinverbruik, en slimmer inzicht via dataproducten. Ze benadrukte dat congestiemanagement ruimte creëert voor nieuwe aansluitingen: “Op specifieke momenten minder elektriciteit verbruiken of meer terugleveren.” De acht doorbraken van het aansluitoffensief tonen dat er substantiële impact mogelijk is.
Vier pilots laten zien dat OV-partijen nú al bijdragen aan oplossingen:
Pilot 1 – Innovatielab Railenergie (GVB)
Het Innovatielab onderzoekt hoe railgebonden systemen slimmer kunnen worden ingezet voor flexibiliteit, energieopslag en netondersteuning. Het lab fungeert als proeftuin voor innovaties die later breed toepasbaar kunnen worden in stedelijke railnetwerken. De open uitnodiging “Wat zouden we nog meer kunnen testen in het Innovatielab?” onderstreept de experimentele, lerende aanpak. Presentatie
Pilot 2 – Laden van bouwmaterieel via OV-infrastructuur (Kennisprogramma BANOV)
Met de groeiende vraag naar laadcapaciteit in de bouwsector en de druk op het net biedt OV‑infrastructuur een kansrijk alternatief. De presentatie benadrukte dat een “gestandaardiseerde werkwijze tussen stedelijke OV-partijen” cruciaal is voor opschaling. Deze aanpak versnelt niet alleen de bouw, maar versterkt ook andere BANOV‑thema’s zoals flexibiliteit en gebiedsgerichte samenwerking. Presentatie
Pilot 3 – Capaciteitsbeperkend Contract Purmerend (EBS & Liander)
Het ZE-busdepot in Purmerend is een schoolvoorbeeld van hoe OV-infrastructuur kan worden ingezet met hoge mate van flexibiliteit. Door een combinatie van een Capaciteitsbeperkend Contract met Tijdsvensters, batterijopslag, EMS‑sturing en begrensde laadcapaciteit werd tijdens de spits “2,25 MW vrijgespeeld vermogen per dag”. Na fine‑tuning van het EMS bleef het piekvermogen in januari onder 1.687 kW. Het model is overdraagbaar naar andere depots. Presentatie
Pilot 4 – Stopcontact langs het spoor (ProRail en Stedin)
ProRail liet zien dat spoorinfrastructuur een enorme, nog grotendeels onbenutte bron van flexibiliteit is. Met circa 200 aansluitingen en een potentieel van “tot wel 1 GW” biedt dit concept een unieke kans. De pilot met Stedin in Utrecht richt zich op vergunningen, besturing en beheer. De grootste uitdaging is allocatie — “zonder allocatie geen markt” — maar de route naar een toekomst met vrije leverancierskeuze wordt al verkend. Presentatie
Van complexiteit naar gezamenlijk handelingsperspectief
Het seminar liet overtuigend zien dat netcongestie geen rem hoeft te zijn op de ontwikkeling van het openbaar vervoer, maar juist een kans om het systeem toekomstbestendig te maken. De sleutel ligt in samenwerking over sectoren, organisaties en bestuurslagen heen. OV‑partijen zijn niet alleen gebruikers van het elektriciteitsnet, maar ook actieve aanbieders van flexibiliteit en partners in de energietransitie. Door technische innovatie te koppelen aan bestuurlijke vernieuwing ontstaat een nieuw handelingsperspectief: één waarin mobiliteit en energie elkaar versterken.
Met dank aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor het gastheerschap en de verbindende rol binnen het Bestuurlijk Akkoord.
Foto’s: Eelk Fotografie



