Leo’s blog: Netcongestie & OV – het vraagstuk dat geen landsgrenzen meer kent
De afgelopen tijd merk ik iets opvallends: het onderwerp Netcongestie & OV begint internationaal te leven. Waar we in Nederland al een paar jaar intensief bezig zijn met de vraag hoe we het OV kunnen blijven verduurzamen terwijl het stroomnet piept en kraakt, zie ik nu dat andere landen met groeiende interesse meekijken. Niet omdat ze precies hetzelfde probleem hebben — maar omdat ze tegen vergelijkbare grenzen aanlopen.
Andere aanleiding, dezelfde zoektocht
Door recente gesprekken met internationale partners viel me op hoe divers de aanleiding eigenlijk is. Tijdens de Missie Elektrische en Slimme Mobiliteit Spanje – Nederland leerde ik bijvoorbeeld dat de urgentie in Spanje vooral draait om het terugdringen van stroomuitval. Dat roept ook praktische vragen op, zoals hoe krijgen we de voertuigen überhaupt veilig en efficiënt bij een perron om reizigers te laten uitstappen, in plaats van hen door een tunnel te laten lopen of in een voertuig vast te laten zitten? In Spanje is de betrouwbaarheid van het net dus de grootste zorg. In Nederland is het net juist extreem betrouwbaar, maar simpelweg vol. Onze uitdaging is ruimte creëren voor laadpleinen, remises en elektrificatie.
Twee totaal verschillende situaties, maar met één gedeelde vraag:
Hoe zorg je dat het OV kan blijven verduurzamen binnen de grenzen van een energiesysteem dat onder druk staat?
En precies daar ontstaat de internationale verbinding.
Waarom Nederland opvalt
Wat ik terugkrijg uit gesprekken — zoals ook tijdens diverse internationale sessies — is dat Nederland wordt gezien als een land dat het probleem vroeg heeft herkend én het gesprek breed voert. Niet alleen tussen OV‑bedrijven en netbeheerders, maar ook met overheden, kennisinstellingen en marktpartijen.
Die integrale aanpak wekt nieuwsgierigheid. Niet omdat we alles al opgelost hebben, maar omdat we durven erkennen dat het een systeemvraagstuk is.
Van kennis delen naar samen leren
Wat mij positief stemt, is dat de internationale interesse niet voelt als “kom ons vertellen hoe het moet”, maar als een uitnodiging om samen te verkennen. Andere landen experimenteren bijvoorbeeld al met flexibele laadstrategieën, regionale energiehubs, en slimme sturing van voertuigen. Daar kunnen wij van leren — net zoals zij van onze ervaringen met netcongestie, gebiedsgerichte aanpakken en de maatschappelijke business case. De Spaanse vervoersregio heeft ons tijdens hun bezoek meteen gevraagd hoe wij een stroomuitval hier ondervangen of daarop voorsorteren.
De echte winst: een gedeelde beweging
Netcongestie & OV verandert langzaam van een puur Nederlands hoofdpijndossier naar een internationaal innovatievraagstuk. En dat is winst. Want hoe meer landen met vergelijkbare uitdagingen aan tafel zitten, hoe sneller we tot oplossingen komen die schaalbaar, betaalbaar en toekomstbestendig zijn.
De redenen zijn per land en zelfs stad anders, net als de context. Verschillende prioriteiten leveren verschillende oplossingen op. Maar de richting is overal dezelfde: slimmer omgaan met schaarse energie, en het OV daarin een stevige plek geven.