Leo’s Blog: Niet de batterijtrein is urgent, maar onze toekomststrategie
In een NRC-artikel van 27 januari 2026 wordt de vraag gesteld ‘waar de batterijtreinen blijven’. Terecht, want de voordelen zijn duidelijk: minder storingsgevoeligheid, minder vertragingen en minder druk op het stroomnet. Daardoor kan op termijn ook de inzet van dieseltreinen worden afgebouwd, wat de CO₂ uitstoot verder terugdringt.
Maar het artikel laat ook zien hoe snel de discussie blijft hangen in het hier en nu. De techniek kan dit, de infrastructuur kan dat — maar bijna niemand kijkt verder dan de eerstvolgende aanbesteding. Terwijl dat precies is wat nodig is.
Totale impact
Treinen gaan dertig jaar mee. Alles wat we vandaag bestellen, bepaalt hoe het spoor er in 2056 uitziet. Dan kun je niet alleen sturen op energieverbruik of op één technisch voordeel. De keuze voor batterijtreinen raakt aan het hele systeem: onderhoud, logistiek, grondstoffen, kosten, flexibiliteit, interoperabiliteit. Het gaat om de totale impact, niet om de hype van het moment.
Het artikel benoemt terecht dat batterijtreinen vooral interessant zijn op niet‑geëlektrificeerde trajecten. Maar als we daar nu massaal op inzetten, wat betekent dat dan voor de rest van het netwerk? Voor de depots? Voor de energievraag? Voor toekomstige innovaties? Dat zijn vragen die je alleen kunt beantwoorden als je verder kijkt dan de komende paar jaar. Daarnaast is het zinvol te onderzoeken welke alternatieve strategieën er zijn voor de inzet van batterijtreinen, bijvoorbeeld op trajecten waar de aanleg of uitbreiding van bovenleiding mogelijk kan worden beperkt. Het zijn vraagstukken met een lange horizon, maar wel essentieel om nu zorgvuldig mee te wegen.
Natuurlijke vervangingsmomenten
En dan is er nog iets: het spoor kent zijn eigen ritme. Materieel vervang je op natuurlijke momenten, niet wanneer een nieuwe technologie toevallig populair wordt. Als we nu te snel kiezen, lopen we het risico dat we over tien jaar opnieuw moeten investeren omdat de techniek of het netwerk anders blijkt te ontwikkelen. Dat is niet duurzaam en niet verstandig.
Batterijtreinen kunnen zeker een rol spelen, maar het draait niet om de vraag of ze morgen kunnen rijden. Het gaat erom of ze passen in het spoor dat we over dertig jaar willen hebben. Dat vraagt om keuzes die verder reiken dan energie alleen, en om het benutten van natuurlijke vervangingsmomenten in plaats van ad‑hoc besluiten.
Laten we ons daarom niet verliezen in de vraag wanneer batterijtreinen precies komen, maar vooral bepalen hoe we als sector toewerken naar een toekomstbestendig spoor waarin ze op een logische manier kunnen worden ingepast. Dat vraagt om keten-denken en om het loslaten van de vertrouwde eilandjes waarin iedere partij vooral naar het eigen domein kijkt. Het klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het een van de grootste uitdagingen — en precies daarom zo belangrijk om nu mee te beginnen.