Slimme samenwerking op het spoor: hoe ProRail en Stedin samen werken aan een oplossing voor netcongestie

Interview met Freek Schermers (ProRail) en Joris Miedema (Stedin)Terwijl Nederland worstelt met een overvol elektriciteitsnet, bewijst de spoorsector dat het ook anders kan. Wat ooit alleen afnemer was, wordt nu een partner in de energietransitie. In een inspirerend gesprek vertellen Freek Schermers (ProRail) en Joris Miedema (Stedin) hoe zij samen bouwen aan een flexibel, toekomstbestendig energiesysteem – met concrete pilots, slimme technologie en vooral: een vernieuwende manier van samenwerken. Lees in dit interview hoe het spoor niet wacht op ruimte, maar ruimte máákt – en daarmee ook andere sectoren vooruithelpt.

“We zitten midden in een omslag,” vertelt Freek Schermers, Techniek Architect Energie bij ProRail. “Waar het spoor voorheen werd gezien als onderdeel van het netcongestieprobleem, willen we nu juist actief bijdragen aan de oplossing. In samenwerking met netbeheerders als bijvoorbeeld Stedin onderzoeken we hoe we regelbaar vermogen – denk aan batterijen of aggregaten – slim kunnen inzetten. Niet alleen om in de toekomst meer treinen te laten rijden, maar juist ook voor de samenleving als geheel.”

Volgens Joris Miedema, Business Consultant regelbaar vermogen bij Stedin, zit de kracht van deze nieuwe aanpak vooral in samenwerking: “We kijken samen naar het realiseren van een stopcontact. Het elektriciteitsnet van Stedin en Prorail zijn sterk met elkaar verbonden. Stedin heeft een gebrek aan aansluitingen en fysieke locaties voor het plaatsen van regelbaar vermogen. ProRail-gronden en aansluitingen zijn hierin de sleutel tot de oplossing. Dit regelbare vermogen levert via het stopcontact stroom aan het net op de piekmomenten, om congestie tegen te gaan. Ook verkennen we hoe het stroomverbruik van ProRail kan groeien en tegelijkertijd bij kan dragen aan het verminderen van congestie. Zo maken we plaats voor toekomstige groei.”

Een schaalbare pilot
Concreet betekent dit dat ProRail en Stedin samen werken aan een pilot, waar op locatie een ‘stopcontact’ wordt gerealiseerd. Daarbij wordt goed gebruikgemaakt van de bestaande kabels en aansluitingen. Ten opzichte van een reguliere, nieuwe, aansluiting, bespaart dit hergebruik tijd en kosten; we hoeven voor deze aansluiting geen nieuwe kabels in de grond te leggen. En we hoeven niet de ruimte van een potentiële nieuwe klant te gebruiken voor het aansluiten van regelbaar vermogen; we gebruiken immers de bestaande ProRail aansluiting.

Dit stopcontact kan voor verschillende doeleinden worden ingezet. Primair zal het dienen om congestie te verminderen, bijvoorbeeld door tijdens piekmomenten stroom in te voeden. Dat kan bijvoorbeeld door het aansluiten van de assets vanuit de eerste flextender. “Het mooie is dat we het hier niet alleen over techniek hebben,” zegt Freek. “Ook juridische en operationele vraagstukken pakken we integraal aan. Dit is straks schaalbaar naar andere locaties.”

“We analyseren gezamenlijk hoe het verbruik van Prorail nu bijdraagt aan de piek van het stroomnet. Door die analyse weten we of we met flexibele energiecontracten beter om kunnen gaan met het stroomnet. Met assets zoals batterijen kunnen we het piekverbruik verplaatsen naar momenten waarop het net van Stedin rustiger is,” vult Joris aan.

Vooruitkijken
Freek benadrukt het belang van vooruitkijken. “De spoorsector heeft grote ambities: meer treinen, elektrificatie van diesellijnen, en emissievrije bouwplaatsen. Maar zonder ruimte op het net raken we op slot. Als we nu investeren in flexibiliteit, zorgen we ervoor dat die groei door kan gaan.”

Vanuit de ‘sectordeal’ tussen netbeheerders en OV-bedrijven werken we hier samen aan. “Het idee is dat ProRail locaties en aansluitingen beschikbaar stelt voor tijdelijk regelbaar vermogen, zoals batterijen of aggregaten. Samen onderzoeken we hoe incidentele piekafnames uit het contractvermogen kunnen halen, zodat deze niet leiden tot uitval. “Het is een nieuwe manier van denken: we helpen elkaar verder in plaats van elkaar te beperken,” stelt Joris.

Gedrag speelt volgens Freek een verrassend grote rol in dit alles. “Veel incidentele pieken ontstaan door menselijk handelen – hoe we onderhoud plannen, hoe we omgaan met verstoringen. Daarom kijken we ook naar onze eigen processen. Slim plannen is net zo belangrijk als slimme technologie.”

Samenwerken voor échte oplossingen
Tot slot is er het grotere plaatje. “Door samen naar de problemen te kijken en aan oplossingen te werken, komen we verder en ontstaan oplossingen die eerder onmogelijk leken,” aldus Joris. Freek vult aan: “Ik hoop dat we in 2040 kunnen zeggen: we stonden aan het begin van de energietransitie, en het spoor heeft zich bewezen als ruggengraat van een duurzame, verbonden samenleving.”


Freek en Joris lichtten hun pilot toe met een presentatie tijdens het kick-off webinar Netcongestie & OV dat op 10 juni 2025 plaatsvond.

Vragen?

Neem contact met ons op met vragen, ideeën, suggesties over het kennisprogramma en het Bestuurlijk Akkoord Netcongestie & OV.